|
Mystiek en het moderne denken. Auteur: Rudolf Steiner.
Onze tijd wordt misschien wel het meest gekenmerkt door een manier van denken die zich oriënteert op de wetenschap. Dit denken wordt door sommigen echter als innerlijk arm ervaren. Datgene wat tegenwoordig spiritualiteit genoemd wordt, lijkt daarmee in tegenstelling te staan.
Spiritualiteit draait om innerlijke rijkdom, maar staat bloot aan het gevaar van een gebrek aan onderscheidingsvermogen. In dit boek laat Rudolf Steiner zien dat er een brug geslagen kan worden tussen wetenschap en spiritualiteit. Dit doet hij aan de hand van de mystiek van de Middeleeuwen en de Vroegmoderne tijd. Hij beschrijft waar mystiek kiemen bevat van wetenschap, en waar er in de wetenschappelijke manier van kennen een natuurlijke overgang te maken is naar mystiek.
Voor dit doel kiest Steiner een originele invalshoek. Hij beschouwt de mystiek van o.a. Eckhart, Tauler, Ruusbroec, Cusanus, Paracelsus en Böhme als een manier van kennen. Daarbij interesseert het hem niet alleen wat zij te weten kwamen, maar besteedt hij vooral aandacht aan hoe zij daartoe kwamen.
Rudolf Steiner (1861-1925), de grondlegger van de antroposofie, publiceerde dit boek in 1901. Dit is de eerste Nederlandse vertaling. Het boek vormt de brug tussen de twee grote periodes in Steiners leven: de filosofische (met als hoogtepunt zijn Filosofie van de Vrijheid uit 1894) en de antroposofische. Maar het vergt geen voorkennis van filosofie of antroposofie.
|